|
|
| |
Geschiedenis van Bomal
PREHISTORIE
De grot van de ”Coléoptère” te Juzaine – Bomal is geklasseerd onder de meest interessante grotten van België vanuit het oogpunt van de ontdekkingen die er werden gedaan door eminente archeologen te weten in 1923-24. Engelse, Poolse, Amerikaanse en Belgische wetenschappers en specialisten hebben er gewerkt. ”Coléoptère“ komt van een hanger in de vorm van een meikever die er werd ontdekt tijdens de eerste opgravingen. Dit voorwerp werd in bewaring gegeven aan het Jubelparkmuseum te Brussel.
ETYMOLOGIE
Verschillende etymologieën worden voorgesteld : Boumela (1104), Bomella (1109), Bumalia (1252), Boumalle(1253), dan dichter bij ons, Boumale. Nadien zullen wij vertrouwen hebben in Carnoy, die veronderstelt : baut- mala : “mallum aux guerriez” rechtbank van de oorlogsstrijders. Bologne gaf zijn voorkeur aan “Bodumala” : de heuvel van de kraaien.
- Boclinville : ook geschreven Boclindi villa, Burglindi Villa
- Juzaine : Lavaux de Jusenne (1377-1567) of Lysaen (1497-1558)
- Ly (oud Frans) : deleis : juxta : jus : jusse : tegen, dus tegen de Aisne, nabij de… of Jusarana : laag terrein – Juseran : van beneden.
- Herbet : zou komen van grazig, weiden
- Saint-Rahi : Mons sancti Rainheri (1133), ecclesia sancti Dionisii de Raheri Monte (1275), Mons sancti Dionisii (1497-1650), Rahyermont (1280), Rahirmont (1558)
GESCHIEDENIS
Al zijn er nog geen Romeinse ontdekkingen gedaan, dan hebben de Franken ons merovingische graven nagelaten, ontdekt te Tombeu (te Juzaine) en bij Tombal (boven de weg naar Barvaux). Een vaas uit deze periode werd eveneens ontdekt bij Mont Saint- Rahy.
In de middeleeuwen worden de zaken ingewikkelder : verdelingen en onderverdelingen zouden een studie ten gronde verdienen, maar ze moet nog geschreven worden…. Laten we ons tevreden stellen met enkele chronologische herkenningspunten, wetend dat het gebied dat later “Terre de Durbuy” zal genoemd worden en het noord-westelijke uiteinde van het Hertogdom Luxembourg zou uitmaken, zich in de loop de eeuwen bevond op het kruispunt van 4 prinsdommen : 2 seculiere, dit van Namen en Luxemburg en twee kerkelijke, dit van Luik en van Stavelot- Malmédy.
- 1109 : Rombaud of Raimbaud graaf van Mucey (Mussy-le-Château, in het department Meurthe en Moselle) schonk het eigendom van “Bomella” of “Boumal” aan de abdij van Saint-Hubert. Het grongebied van Bomal was dus eerst hoofdzakelijk een eigendom van de abdij, die er een deel van verkocht en daarna de rest als schenking toewees. De monniken hielden overigens in de loop der eeuwen een “Hof Saint-Hubert” (een rechtbank) in Bomal-la-Grande en deelden heel lang de collatie in de kerk (het recht om priesters te benoemen) met de plaatselijke heren, wat overigens niet weinig conflicten en processen met zich meebracht (overeenkomsten kwamen tot stand te weten in 1377 en 1529).
Bomal- la-Grande vormde met Herbet een belastbare heerlijkheid van het Land van Durbuy.
Bomal-la-Petite vormde een andere belastbare heerlijkheid, die eveneens afhing van het Kasteel van Durbuy en dit samen met Juzaine en Saint-Rahy.
De parochie van Bomal omvatte dus Herbet en een deel van de schenking van Boclinville (dit gehucht had een zekere belangrijkheid in de XI e en de XII e eeuw, maar werd volledig vernield als gevolg van een pestepidemie in de XVIIe eeuw). Er zou een kerk bestaan hebben in Boclinville, maar de parochiekerk van Bomal-la-Grande lag in de nabijheid van het kasteel op een hoogte. Ze was ongeveer even groot als het huidig gebouw, gebouwd in 1776 op initiatief van de pastoor Debras.
Een andere parochie bestond te Mont Saint-Rahy (Mont Sancti Rainheri) gewijd aan St-Denis. Deze verdween tussen 1558 en 1615 en werd vervangen door de parochie van Juzaine, die eveneens Bomal-la-Petite omvatte (de huidige kapel dateert van 1684, ze vervangt een kerk vermeld in 1497 en 1558, waarover men niets weet). Noteren we dat de kerk van Mont Saint-Rahy, gebouwd in het begin van de XIIe eeuw door de monniken van Stavelot-Malmédy, een belangrijk pelgrimsoord werd voor hen die de genezing van kinderen wilden verkrijgen, die leden aan “slepende apathie” ( rachitis, fysieke ziekte,...). Tot in 1289 werd er tegelijkertijd in oktober, op de naamdag van St-Denis een bekende markt gehouden, die handelaars komende uit de zeer dicht bij gelegen prinsdommen Luik en Stavelot-Malmédy aantrok, maar ook wel te verstaan uit het Hertogdom Luxemburg en uit Duitsland, Frankrijk en Vlaanderen (verschillende muntstukken die er op de site ontdekt werden, getuigen daarvan).
- 1184 : Bul van paus Lucius III, die de bezittingen van Saint-Hubert bevestigt (met een kerk in Bomal) en er verscheidene privileges aan toekent.
- 1299-1324-1332-1340 : Jean l’Aveugle (de Blinde), koning van Bohemen en Polen, graaf van Luxemburg geeft of geeft Bomal terug aan zijn “varlets” (vazallen) : aan Waultier en aan zijn zonen Henri, Jean en Colard.
- Van 1362 tot 1435 : de heren van Bomal waren Henri I van Bomal, ridder en kasteelheer van Logne (1362) en proost van Durbuy (1368) dan Henri genoemd van Gesves (rond 1400) eveneens kasteelheer van Logne (1403-1412). Deze laatste stierf in Bomal in 1435. Hij werd begraven inde vandaag verdwenen kerk.
- 1431 : de eerste ‘dynaste’ van Bomal (stichter van een dynastie) doet zijn intrede (eerst in 1431 in Juzaine, dan in Petit- Bomal 1438 en heel waarschijnlijk in Bomal in dezelfde periode).
Het gaat over Persan I van Hamal, heer van Soy, van Verlaine, van Grand en Petit Bomal, gezworene van Ozo, gestorven in 1445.
- 1453 : Bomal zal op minnelijke wijze verdeeld worden onder twee van zijn drie zonen: Persan II van Hamal, Ridder, Heer van Petit-Bomal, Rendeux, St-Lambert, gezworene van Ozo (gestorven in 1478) en Henri van Hamal, heer van Grande-Bomal, proost van Durbuy (1471-1475).
- 1478 : Bomal- la-Petite wordt geërfd door Isabeau van Hamal, dochter van Persan II van Hamal en Soy. Deze laatste huwt met Robert de Boland genoemd Rolez. Petit-Bomal zal vervolgens overgaan in de handen van de Barbansons (XVIe eeuw) en de Rahiers (vanwaar de beruchte baron Louis- Claude-Joseph de Rahier, moordenaar van de priester Michel Dubois, pastoor van Juzaine op 6 oktober 1766). De baronnen van Pollant en van Diffuy waren er ook tijdelijk eigenaar van in de XVIIe eeuw.
- 1483 : La Grande-Bomal is zelf in twee verdeeld : de Berlaymonts zullen heren zijn van een deel ( Jean de Berlaymont zal eveneens burgemeester zijn van de stad Luik in 1523 en in 1527) en het andere deel zal achtereenvolgens overgaan aan de d’Alsteren, de la Marck, de Presseux, Le Jeune, tot de hereniging in 1644 door Jacques de Berlaymont.
Na 1713 zullen de Cassals en de Haymes de laatste heren zijn tot aan de revolutie. Jean -Baptiste de Hayme was verscheidene malen burgemeester van Luik tussen 1762 en 1787. Het is hij die het huidig kasteel liet bouwen (tussen 1774 en 1776).

Bomal heeft dus meerdere kastelen of landsheerlijke huizen gekend : Bomal-la-Grande had er twee, naast elkaar en gelegen in de nabijheid van het huidig kasteel dat dat van de twee (het belangrijkste) vervangt dat zal overblijven na de ruïne (gebrek aan onderhoud) van het andere. Dit laatste werd vervangen door een groot huis dat waarschijnlijk de boerderij Houard is geworden. Petit- Bomal had zijn versterkt huis dat de huidige boerderij is geworden. Het “versterkt huis” van Froidcourt en vervolgens van de familie van Hodister (XVIe eeuw), volledig verdwenen, bevond zich op de hoogte van Hodister, voor de huidige post.
Na lange tijd een van de noordelijke grenzen van het Graafschap, later het Hertogdom van Luxemburg te zijn geweest, wordt Bomal in 1795 samen met Juzaine, Izier en Villers de zuidelijke grens van het Franse departement van de Ourthe, kanton van Ferrières (Barvaux, Durbuy, Tohogne….behorend tot het departement van Samber en Maas). In 1814 fusioneren de twee departementen en vormen het departement van Maas en Ourthe. Afgeschaft in 1815, op 2 oktober, werd dit nieuw departement tijdelijk geannexeerd bij de Provincie Luik van het Koninkrijk der Nederlanden.
In 1818, zal een koninklijk besluit (Hollands) Bomal en enkele andere dorpen van de Provincie Luik afhaken om ze op te nemen in het Groothertogdom. Juzaine was een onafhankelijke gemeente met zijn annexe Bomal-la-Petite tot zijn hereniging met Bomal op 2 januari 1823. Ozo werd eveneens verenigd met Bomal van 1823 tot 1826.
In 1831, bij de Belgische onafhankelijkheid wordt Bomal en het westelijk deel Van het Groothertogdom belgisch. De gemeente Bomal maakt deel uit van het gerechtelijk kanton van Durbuy en van het militiekanton van Barvaux, opgenomen in het gerechtelijk arrondissement van Marche-en-Famenne, Provincie Luxemburg.
In 1840 behoorden enkele grensdorpen van de nieuwe provincie Luxemburg aan het bisdom Luik toe (dekenij van Ouffet) en gingen over in het bisdom Namen (dekenij van Durbuy en later in 1933 van Barvaux).
In 1977, bij de fusie van de gemeenten, was Bomal samengesteld uit Boclinville, Bomal, Juzaine, Herbet, Petit-Bomal en Saint-Rahy. Wat het “Grote Barvaux” moest zijn werd “de Stad Durbuy”. Bomal onthaalt sedertdien het gebouw van het Openbaar Centrum Voor Sociale Hulp van de nieuwe entiteit van 12 voormalige gemeenten.
| |
|